Patella Luxatie

De knieschijf ofwel patella, ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen. Bij patellaluxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten). Bij het naar buiten luxeren van de patella noemen we het een patellaluxatie naar lateraal, bij het naar binnen luxeren een patellaluxatie naar mediaal. De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg. Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen. Knieschijfluxatie kan aan één poot voorkomen, maar vaker zien we het beiderzijds. We zien het bij de jonge hond vanaf een week of 8, maar we zien ook vaak pas problemen op latere leeftijd. In principe kan patellaluxatie bij alle rassen voorkomen. We zien het echter het vaakst bij de kleine en minirassen.

 

Symptomen

Verschijnselen van patellaluxatie kunnen variëren van heel af en toe door de betreffende poot zakken, tot permanente afwijkende loop waarbij de dieren met de knieën naar buiten lopen. Wanneer de knieschijf weer in de goede positie schiet zijn de problemen ook weer direct verdwenen.

 

Patellaluxatie wordt in verschillende classificaties onderverdeeld:

Onderverdeling in voorkomen

• Mediale luxatie (luxatie naar binnen) bij mini, kleine en grote hondenrassen.

• Laterale luxatie (naar buiten) bij mini en kleine hondenrassen.

• Laterale luxatie (naar buiten) bij grote hondenrassen.

 

Onderverdeling naar oorzaak 

Erfelijkheid
Genetisch bepaalde anatomische afwijkingen veroorzaken de patellaluxatie. Zo kan de tibia (het stukje bot waar de kniepees aan vast zit) te veel naar binnen staan waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.

Traumatisch
Door een ongeluk kunnen een of meerdere bandjes afscheuren die normaal de knieschijf op zijn plaats houden.

• T.g.v. lichamelijke afwijkingen
Andere aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat de knieschijf losser in de kraakbeensleuf ligt. De ziekte van Cushing is zo’n voorbeeld. Door verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer in de sleuf gehouden.

 

Onderverdeling in de ernst van luxatie 

Patellaluxatie kan in verschillende gradaties voorkomen; van heel af en toe tot permanent op de verkeerde plaats. Hierin is de volgende onderverdeling gemaakt:

Graad 1
De knieschijf is te luxeren bij een gestrekte poot de knieschijf met de hand te verplaatsen. Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf weer terug.

Graad 2
Hierbij schiet de patella er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie voor kortere of langere tijd. Sommige honden “zetten” de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de knieschijf ontstaan kraakbeendeformiteiten, artrose en afvlakking van de kraakbeensleuf.

Graad 3
De knieschijf is permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs afgevlakt. De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.

Graad 4
De knieschijf is permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend. Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem afwijkend wijdbeens. 

 

Bij mediale patellaluxatie kunnen we globaal drie groepen onderscheiden:

Pasgeborenen en puppies
Problemen van afwijkend gebruik van een of beide achterpoten vanaf de tijd dat ze echt gaan lopen. Vaak zijn dit de dieren met patellaluxatie graad 3 of 4.

Jonge tot volwassen honden
Deze dieren hebben vaak altijd al een wat afwijkende gang maar deze kan langzaam verergeren. Deze gevallen hebben vaak patellaluxatie graad 2 of 3.

Oudere dieren
Oudere dieren met patellaluxatie graad 1 of  2 hebben vaak in hun leven slecht geringe verschijnselen. Vaak zien we bij deze dieren plotselinge kreupelheid en pijn door verergering van de luxatie en/of  door de toename in de vorming van artrose.

 

Diagnose 

De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal (anamnese) en het onderzoek waarbij met een speciale handgreep wordt gekeken of de knieschijf te luxeren is. In enkele gevallen is het beter dit onderzoek onder een lichte sedatie te doen. Het maken van rontgenfoto’s is niet direct noodzakelijk voor de diagnose, maar sluit wel andere oorzaken uit en kan informatie geven over de prognose en de keuze van behandelmethode. 

 

Behandeling 

De behandeling van de patellaluxatie is afhankelijk van de graad en de oorzaak van de luxatie.

Graad 1 patellaluxaties worden nogal eens niet behandeld (niet in de laatste plaats omdat de verschijnselen zo gering zijn). Toch is het zeer waarschijnlijk dat, door de regelmatige luxaties, een pijnlijk gewricht ontstaat. Bovendien kunnen hierdoor botafwijkingen ontstaan waardoor de luxatie steeds erger wordt.Het is dan ook zo dat de meeste van deze gevallen beter geopereerd kunnen worden. De overige graden van patellaluxatie komen zeker in aanmerking voor chirurgie. De vooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend, doel van de chirurgie is compleet functioneel herstel.   

 

Fokken met patellaluxatie 

Afgezien van de traumatische patellaluxatie (dus na een ongeluk) wordt het fokken van honden met een patellaluxatie ten zeerste afgeraden. De kans dat deze aandoening wordt doorgegeven is zeer groot!

 

Preventie 

Helaas zijn losse knieschijven niet te voorkomen. Het enige wat we kunnen doen is goede selectie van de dieren die we gebruiken voor de fok. Gelukkig is het bij een aantal rassen verplicht de dieren te laten onderzoeken door een specialist om de graad van luxatie vast te laten stellen.