Parvo 

Parvo is een zeer besmettelijke infectieziekte bij de hond die veroorzaakt wordt door het canine parvo virus, wat in 1978 voor het eerst ontdekt werd en binnen 1-2 jaar over de hele wereld verspreid raakte.

 

Besmetting

Ontlasting van besmette honden bevat veel virus en is een besmettingsbron voor andere dieren. Het virus wordt oraal opgenomen en komt via de maag in de darm terecht waar het een darminfectie veroorzaakt. Puppies tot één jaar leeftijd zijn het meest gevoelig voor infectie, terwijl 80% van de volwassen honden die besmet raken geen symptomen vertonen. Het virus is zeer stabiel in de omgeving en kan nog lang infectieus blijven in de buitenlucht (maandenlang). Het virus is ongevoelig voor de meeste schoonmaakmiddelen en alcohol. Het parvovirus wordt tevens overgebracht via schoenen, kleding, manden en speeltjes van geïnfecteerde honden. Na opname van het virus worden de dieren meestal na 7-10 dagen ziek. Naast de intestinale vorm (darm) wordt een veel minder vaak voorkomende hartvorm gezien bij pups die in de baarmoeder of net na de geboorte besmet raken. Bij deze dieren tast het virus de hartspier aan en overlijden de pups in het merendeel van de gevallen vrij snel.

 

Symptomen

Zeven tot tien dagen na infectie kunnen de volgende symptomen optreden:

  • braken;
  • bloederige diarree;
  • speekselen;
  • niet meer eten;
  • sloom;
  • koorts;
  • uitdroging;
  • bleke slijmvliezen;
  • shock;
  • sterfte.

In de aangetaste darm treden vaak secundaire infecties op door Clostridium, Campylobacter en Salmonella-bacteriën op die het ziektebeeld nog ernstiger maken dan het al is.

 

Diagnose 

Op basis van de klinische verschijnselen, de snelheid van ontstaan en vaak de typische geur kan de waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld worden die bevestigd wordt door middel van ontlastingsonderzoek op CPV-2 virus. Een uitgebreid bloedonderzoek kan eventuele schade aan andere organen aantonen. Al voordat de test uitsluitsel geeft zal de pup in quarantaine geplaatst worden om eventuele besmetting van andere dieren te voorkomen. Het hanteren van strikte hygiëne is noodzakelijk aangezien  het virus gemakkelijk kan worden overgedragen via kleding of gebruiksvoorwerpen.

 

Behandeling 

Er bestaat geen specifiek medicijn tegen het virus. De eerste stap in de behandeling is het zo snel mogelijk herstellen van de vocht- en electrolytenbalans (natrium en kalium) door de hond aan een infuus te leggen. Antibiotica en ontstekingsremmers worden gegeven om de infectie aan te pakken en ook het gebruik van diarree-remmende en antibraak-middelen is raadzaam.

 

Prognose

Ondanks een snelle en adequate behandeling zal een deel van de geïnfecteerde dieren toch overlijden. Met name jonge pups zullen vaak niet in staat zijn te herstellen.

Preventie

De meest effectieve manier om een pup te beschermen tegen CPV is het adequaat vaccineren op een leeftijd van 6, 9 en 12 weken. Jongere pups zijn meestal goed beschermd via de antistoffen in de moedermelk (passieve immuniteit) maar deze verdwijnt na enige weken waarna de vaccinaties voor een actieve immunteit moeten zorgen. De vaccinatie dient jaarlijks herhaald te worden.